Op het moment dat ik deze overdenking schrijf, is het vier dagen geleden dat de Russische strijdkrachten Oekraïne binnenvielen. Nu wil ik in dit artikel niet inhoudelijk ingaan op deze actie; dat wordt elders al uitgebreid en met veel meer kennis van zaken gedaan. Heel de westerse wereld is ontzet bij zoveel ongerechtigheid dat het volk van Oekraïne in deze dagen treft. Ik wil de gebeurtenissen aangrijpen, om een probleem te bespreken, dat aan de basis ligt van alles dat de mens bedenkt en uitvoert. Het punt is namelijk dat de oorlog, die zich aan de grens van Europa aan het ontwikkelen is, niet op zichzelf staat, maar een gevolg is van een gebeurtenis die aan het begin van de wereld, dat is de globale samenleving van alle mensen in volken en geslachten, ten grondslag ligt.

Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.

Romeinen 8:20-21 (HSV)

De overtreding

In bovenstaand tekstgedeelte refereert Paulus aan de gevolgen van de overtreding van Adam. Opmerkelijk is dat de Bijbel nooit spreekt over de zonde of het zondigen van Adam zelf. De enige die concreet wat over de daad van Adam zegt, is Paulus: „Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende“ Romeinen 5:14 (NBG1951). Overigens is hij niet de enige; ook Eva overtrad. Haar overtreding is echter het gevolg van verleiding, terwijl dat van Adam niet wordt gezegd: „En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen;“ 1 Timotheus 2:14 (NBG1951). 

Dat wat Adam en Eva doen, is overtreden. Ze overtreden een gebod. En dan geldt aanvullend dat Eva werd verleid, maar Adam overtrad om een reden. Er staat dat Adam niet vrijwillig overtrad. Hij zag de gevoeligheid van Eva voor verleiding en hij besefte dat de mens altijd zou besluiten te eten van de boom der kennis. Wat Adam dus doet, is de leiding die hij van nature bezat, aan de mensheid (Eva) overgeven. De mens (Eva is de moeder van alle levenden) wil wijsheid vinden door van de boom van kennis van (het morele) goed en kwaad te eten. Doordat Eva, zonder met Adam te overleggen, van de boom besloot te eten, besefte hij dat de mens z’n eigen plan wil trekken. Dat Eva haar eigen plan trekt, komt doordat Adam niet in staat is een alternatief te bieden; de slang spiegelde Eva een toekomstperspectief voor waaraan Adam gewoonweg niet kon tippen: „De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad“ Genesis 3:4-5 (NBG1951).

Door de overtreding van Adam zit de mensheid dus zonder leiding, die overtuigend in staat is het laatste beslissende woord te spreken, bij het nemen van levens-beslissingen. Sinds de overtreding van Adam is het wachten op een nieuwe Adam, die verantwoording kan nemen, omdat hij de liefde en wijsheid van God heeft leren kennen. Alleen zo’n Adam kan de mensheid uit de neerwaartse spiraal van elkaar beconcurrerend goed en kwaad te verlossen.

De hoop van Adam

De overweging van Adam, en die hem deed overtreden, was dus dat de mens ‘slechts’ door te experimenteren met het goed en kwaad als vrucht van de boom van kennis, zou kunnen komen tot het besef, dat de mens zich zonder Goddelijke leiding op een doodlopende weg bevond. En dus hoopte Adam, dat uiteindelijk, terwijl de mens zou eten van de boom: „de schepping zelf zou bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God“. Adam onderwierp bewust de schepping aan de vergankelijkheid, of zoals de HSV zegt: „zinloosheid, ijdelheid, of leegheid“, zodat de mens zou ontdekken wat deze in wezen tekort zou komen. Zoals het spreekwoord zegt: „Wie niet horen wil, moet maar voelen“.

God strafte de mens dus niet met de dood, vanwege het overtreden van het gebod, maar liet deze gaan op de weg die hij zelf verkoos. Gods gebod: „En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven“ Genesis 2:16-17 (NBG1951), heeft dan ook het karakter van een waarschuwing; Dit zal je overkomen als je dat doet. 

Tegenover het eten van de boom van kennis staat het eten van de boom des levens. Het eten van de boom der kennis leidt tot de dood en het eten van de boom des levens leidt tot het leven. Maar Eva wist niet wat dat leven inhield; voor haar waren alle bomen in de hof gelijk. Pas toen de slang haar op de vrucht van de boom der kennis attendeerde, zag ze dat die vrucht er aantrekkelijk uitzag om daardoor wijs te worden. Eva werd verleid, omdat ze het verschil niet had leren kennen tussen de boom der kennis en de boom des levens. 

Maar God had zijn gebod ook niet kunnen omdraaien, want dan zou de mens uiteindelijk niet vanuit liefde, maar vanuit het gebod voor de boom des levens hebben gekozen. Als je iemands vrije wil wilt testen, dat kun je het beste zeggen wat hij niet moet doen door hem de consequenties te vertellen; zeg je wat iemand wél moet doen, dan laat je hem geen niet vrij in de keuze. In het laatste geval krijg je iemand die gehoorzaam is, maar niet uit vrije wil; de kans blijft aanwezig dat hij later alsnog overtreedt, omdat hij nu eenmaal van nature de beknelling van een gebod wil ontvluchten. Echte vrijheid wordt enkel maar als zodanig ervaren als de wil tot rust is gekomen.

Stervende sterven

Adam onderwierp de schepping en dus ook heel het menselijk geslacht aan de vergankelijkheid. Doordat de mens nu onderworpen was aan de zinloosheid van het bestaan, zou hij uiteindelijk stervende sterven, oftewel langzamerhand steeds meer de effecten van de vergankelijkheid ondergaan. En hij zou in geen enkel opzicht in staat zijn zich daaraan te onttrekken.

De mens kon vanwege de overtreding van Adam, niet meer van de boom des levens eten. Als de mensen ná Adam, bij wijze van spreken, hadden besloten niets meer te doen, dan enkel maar eten, drinken en kinderen verwekken, waren ze alsnog allemaal gestorven; niet omdat ze dan zondigden, maar omdat ze vergankelijk waren. Het probleem is echter dat met het groeien van de mensheid, de boom van kennis van goed en kwaad, steeds meer in het middelpunt kwam te staan. En daarmee de verleider, die onlosmakelijk met die boom verbonden is.

In het volgende artikel: „Zonde“ zal ik uitleggen wat de relatie is tussen de vergankelijkheid waaraan onze stamvader naar het vlees heel de schepping aan heeft onderworpen en het ontstaan van de zonde. Zonde is een gevolg van de vergankelijkheid maar is niet hetzelfde. De leerstelling dat heel de mensheid de zonde van Adam erft of dat de mensheid de gevolgen van de zonde van Adam ‘mee’ draagt, is een hardnekkig misverstand; nergens in de Schrift wordt gesproken over ‘de zonde van Adam’, laat staan dat deze zulke verregaande gevolgen had voor alle mensen.