De onzienlijke wereld is de wereld van de geest. Sommige gelovigen spreken dan ook graag over de geestelijke wereld. Maar wat is nu precies de geestelijke wereld? Het Koninkrijk van God maakt deel uit van de geestelijke wereld en is om die reden onzienlijk voor natuurlijke ogen. Alles dat natuurlijke ogen zien, wordt ‘gezien’ met de zintuigen: horen, zien, voelen, proeven en ruiken. Het Koninkrijk van God kan met deze zintuigen niet worden ‘gezien’. Jezus zegt tegen Nicodemus, dat niemand zonder de Heilige Geest het Koninkrijk niet kan ‘zien’. Je zou dus kunnen concluderen, dat de Heilige Geest een soort zintuig is. Het punt is echter, en dat wordt ook duidelijk uit dat wat Jezus erover zegt, dat niet iedere gelovige in het bezit is van de Heilige Geest, want niet iedere gelovige ‘ziet’ Gods Koninkrijk. Nicodemus was zo’n gelovige op het moment dat hij met Jezus sprak (Johannes 3).

Jezus is op dat moment de enige die het Koninkrijk van God ziet. Hij was ook de enige die vanaf zijn geboorte al was vervuld van de Heilige Geest. Als Jezus opgroeit, dat beseft Hij, zodra Hij er over kon nadenken, dat God zijn Vader was. En als Hij als 12-jarige in de tempel in gesprek is met de Schriftgeleerden, dan zegt Hij later tegen z’n ouders, Maria en Jozef, dat Hij „moest bezig zijn met de dingen van zijn Vader“. Hij wist dus dat Jozef slechts zijn ‘pleegvader’ was. 

Jezus groeide op met een opdracht, die hem rechtstreeks door God was opgedragen; Hij zou het uiteindelijk mogelijk maken dat ieder mens God als Vader zou leren kennen. Anders gezegd: Het was de bedoeling dat Jezus als Zoon van God, vele zonen zou verwekken die net als Hij de kenmerken van een zoon van God zou dragen. De Geest van God, die eerst nog alleen in Jezus te vinden was, zou op den duur in vele gelovigen het zoonschap bewerken. Jezus Christus zou dus de eerste zijn onder vele gelijken.

De Heilige Geest

Maar dit alles ging pas van start na de uitstorting van de Heilige Geest. Voor die tijd was, zoals gezegd, Jezus de enige die van de Geest vervuld was. Je zou de vraag kunnen stellen, waarom dat zo was. Waarom kón de Heilige Geest voor de opstanding van Jezus nog niet worden uitgestort? Om die vraag goed te kunnen beantwoorden, moeten we eerst terug naar het begin en wel naar de hof in Eden, waar de overtreding van Adam plaatsvond.

Het gevolg van de overtreding was dat de mens uit de hof werd gezet. De reden dáárvoor was weer dat de mens met het eten van de vrucht van goed en kwaad, had gekozen voor een leven op eigen kracht; hij gaf aan de wijsheid en zegen van God niet nodig te hebben. God zei toen: „Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven“ Genesis 3:22 (NBG1951). 

Alle ins en outs van de gebeurtenissen in de hof in Eden, zullen in andere overdenkingen nog uitgebreid aan de orde komen. Maar het ‘eten van de boom des levens’ is een metafoor voor het leven in gemeenschap met de Heilige Geest. Voor een leven met de Heilige Geest moest dus eerst de toegang tot de ‘hof in Eden’ weer mogelijk worden gemaakt. En voor die toegang heeft Jezus, uiteindelijk aan het kruis, zijn leven gegeven. En pas daarna kon de Heilige Geest worden uitgestort op alle vlees. Met andere woorden: Jezus’ dood geeft iedereen toegang tot de boom des levens, maar niet iedereen zal van die boom eten. De toegang tot de boom des levens, is nog steeds geblokkeerd voor degenen die van harte eten van de boom van kennis van goed en kwaad.

De Geest als ‘zesde’ zintuig

Concreet betekent het nog altijd, dat niet iedere gelovige in het bezit is van het ‘zintuig’ van de Geest. Voor hen is dus God en zijn Koninkrijk nog altijd buiten hun gezichtsveld. Degenen die echter hun leven ontvangen uit het eten van de boom des levens, ‘zien’ steeds meer dat het Koninkrijk van God in hun leven gestalte krijgt. Zij ervaren de beschermde omgeving van de ‘geestelijke’ hof in Eden waar God hen opnieuw heeft geplaatst.

De onzienlijke wereld, oftewel de wereld van de Geest, is niet voor iedereen toegankelijk. Een mens die hiervoor geestelijk blind is, zal echter wel de effecten van het Koningschap van Christus kunnen zien. Vele inwoners van het Koninkrijk hebben nog steeds een gewoon (natuurlijk) leven in deze wereld. Wat de natuurlijke, niet-geestelijke, mens dus kan zien van het Koninkrijk, zijn de effecten die het heeft op de levens van hen die reeds in het Koninkrijk hun verblijf hebben gevonden. De Bijbel noemt die effecten de vrucht van de Geest. Maar bovenal zal men de vrede en rust van het Koninkrijk van God in hen kunnen erkennen; ze hebben iets wat de wereld niet kan geven en dat is de liefde van God, die de Heilige Geest in de harten van de inwoners van het Koninkrijk uitstort. Geestvervulde gelovigen groeien uit tot gelovigen die liefhebben, zoals God liefheeft. Daaraan kun je ze herkennen.

Jezus maakt zijn Vader bekend

Vóór Jezus Christus was een leven in het Koninkrijk met God als Vader niet mogelijk. Jezus zegt dat Hij de enige is die het werkelijke wezen van God kent. Hij is uit God geboren. Om die reden noemt Hij God zijn vader. Geen mens kan dichter bij God komen dan Jezus Christus. De Bijbel zegt dat je het wezen van God kunt leren kennen, door dezelfde Geest te ontvangen die ook in Jezus Christus leeft. Het gaat er dus niet om de Bijbel te bestuderen en zo het Koninkrijk trachten in te gaan. Op die wijze zou je een gelovige naar de letter (of naar de wet) worden. Je stelt je dan op gelijke hoogte met de gelovigen uit Israël die leefden onder het oude verbond. 

De gelovigen onder het oude verbond zagen alleen de effecten van de aanwezigheid van God, maar ze zagen en kenden God zelf niet. Dus wat zij van God getuigden, ging door het filter van hun eigen denken heen en werd daardoor beïnvloed. De staat van hun denken bepaalde uiteindelijk het beeld dat ze van God hadden. Hoe vuiler hun filter hoe meer vertekend hun beeld van God was en hoe schoner (reiner) hun filter hoe reiner (heiliger) hun beeld was van God. 

Jezus Christus, als de unieke zoon van God, toont God zoals Hij is, puur en heilig. Maar om te voorkomen, dat een mens ook dat beeld van God weer filtert, geeft de Zoon de gelovige van Zijn Geest. Deze zal dan alles dat van de Vader in Jezus bekend is, ook rechtstreeks tonen aan de gelovige. De Bijbel noemt dat het proces van heiliging of apart zetten. Dit is dus de enige wijze waarop God zichzelf aan de gelovige laat zien. Zo gaat de gelovige naar de inwendige of geestelijke mens, het Koninkrijk van God in. Als een gelovige niet wordt gedoopt in de Heilige Geest zal hij het Koninkrijk van God niet kunnen ingaan en blijft God de Vader voor hem een grote, onbekende en zeer afstandelijke God.