Je hoort weleens de verzuchting: „Kon ik mijn leven maar opnieuw beginnen met de kennis van nu“. Men heeft dan spijt van bepaalde beslissingen, die het leven ingrijpend hebben beïnvloed of van situaties waar men gewild of ongewild in terecht is gekomen. Men negeert echter het feit dat het leven niet slechts ‘de kennis’ heeft gebracht, maar wijsheid. Wijsheid ontstaat wanneer iemand kennis in de praktijk toepast en dan leert. Het gaat dus eigenlijk om wijsheid. Wijsheid is beproefd. En dan is het in de praktijk zo, dat de wijsheid een oordeel over de kennis uitspreekt. Vandaar dat wijze mensen een onderscheid kunnen maken tussen dat wat goed is en dat wat niet-goed is. Het is de wijsheid die iemand doet verzuchten: „Kon ik mijn leven maar overdoen“. Het is dan ook de wijsheid die men wil behouden en niet de kennis.

Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere, en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is.

Handelingen 3:19-20 (HSV)

Een onbeschreven blad

Als God de mens schept, is het Zijn bedoeling dat deze wijsheid opdoet. Dat is waarom er eerst wordt gezegd: „Laat ons mensen maken“ en dat God daarna deze mens concreet schept. Als Adam uit het stof wordt geschapen, is hij een onbeschreven blad. Hij heeft nog niet geleefd en dus nog geen ervaring opgedaan. Het enige dat hij weet is dat God hem heeft gemaakt en in een hof heeft geplaatst. De opdracht die God hem daarbij meegeeft is die hof te bewerken en te bewaren. Dat betekent niet dat Adam er zijn onderhoud mee moest verdienen, maar dat hij ervaring kon opdoen in het omgaan met de schepping.

De gedachte van Calvijn, dat Adam in oorspronkelijke staat: „ onderscheid kon maken tussen goed en kwaad, tussen rechtvaardig en onrechtvaardig“ (Institutie 1.15.8) wordt niet in de Bijbel onderbouwd. Ook niet dat Adam: „was getooid met wijsheid, kracht, heiligheid, betrouwbaarheid en rechtvaardigheid“ (Institutie 2.1.5). Calvijn denkt en schrijft zijn Institutie vanuit de kennis die hij op dat moment bezit. Hij is blijkbaar niet in staat zich te verplaatsen in de eerste mens, die letterlijk en figuurlijk aan het begin staat van zijn leven. 

Om in wijsheid te kunnen omgaan met goed en kwaad is wijsheid nodig. Wijsheid groeit echter in de praktijk, door tijdens het leven te experimenteren met goed en kwaad. Maar Adam had nog geen levens-ervaring opgedaan; laat staan dat hij wijsheid had verworven. De overige eigenschappen, die Calvijn vermoedt bij Adam, hebben ook allemaal met levenservaring te maken. Kracht moet aangetoond worden, daar is volharding (dus tijd) voor nodig. En over heiligheid, betrouwbaarheid en rechtvaardigheid, kun je pas wat zeggen als er ervaring is opgedaan met onheiligheid, onbetrouwbaarheid en onrechtvaardigheid en op grond van die ervaring een standpunt hebt ingenomen. En dan is de kracht een voortdurende indicatie of je in staat bent aan die keuze vast te houden.

Onderweg naar inzicht

Dit leidt alles tot de conclusie dat Adam nog een hele weg te gaan had, voordat die eigenschappen überhaupt zichtbaar zouden worden. Nu zal het ongetwijfeld zo zijn, dat die eigenschappen (en meer) in potentie bij Adam aanwezig waren; ze moesten echter wel tot wasdom komen. En juist om die reden heeft God de boom van kennis van goed en kwaad in het midden van de hof geplaatst. Wilde Adam tot een goed onderscheid komen tussen goed en kwaad, moest hij ervaring opdoen.

De weg die Adam kiest om tot wijsheid te komen, is de enige weg die beschikbaar is. Hij heeft dus in feite geen andere mogelijkheid. In de schepping was nog geen onheiligheid, onbetrouwbaarheid of onrechtvaardigheid aanwezig. In zijn oorspronkelijke staat zou Adam dus nooit tot een onderscheid zijn gekomen. Door echter te eten van de verboden vrucht plaatste Adam zichzelf - met heel zijn nageslacht - buiten de hof en gaf hij de schepping over aan de vergankelijkheid of de zinloosheid, die vanaf dat moment alle leven zou beheersen. Heel de mensheid zou nu kunnen experimenteren met een leven, dat in principe onheilig, onbetrouwbaar en onrechtvaardig zou zijn. 

De bedoeling van dit experiment is dat de mens leert, dat hij krachteloos is. De ervaring, die hij opdoet in een wereld die beheerst wordt door het onheilige, het onbetrouwbare en het onrecht, vertelt hem dat zijn leven zinloos is. Hij ontdekt dat aan alles een einde komt; alles sterft en niets is vruchtbaar. Hij is niet in staat om heilig te leven, betrouwbaar te zijn en recht te doen. Uiteindelijk kan hij er dan achter komen, dat de mens in feite te zwak is om alles te overwinnen dat sterker blijkt dan hijzelf.

Ontferming

God zelf heeft dit alles toegelaten, omdat dit de enige wijze is om te komen tot een mens waarover Hij zich kan ontfermen. Een mens, die alle hoop heeft opgegeven, nog iets te kunnen bijdragen aan zijn wens om heilig, betrouwbaar en rechtvaardig te zijn. Een mens die bereid is het recht om te leven op te geven en op die manier het leven te vinden. 

Tot aan de komst van Jezus Christus, heeft de mens gevangen gezeten in de kringloop van het jagen naar een heilige graal die nooit door de mens gevonden kon worden. De heilige graal die hem in staat zou stellen aan Gods wens te voldoen een heilig, betrouwbaar en rechtvaardig mens te worden. Nu is echter Hij geopenbaard, die de banden van de duisternis heeft doorbroken en de gevangenis voor alle mensen open heeft gezet. Jezus Christus is door God de Vader naar de mensheid gezonden om te proclameren, dat de Vader zelf naar de mens heeft omgezien. De tijd is voor altijd voorbij, dat moest worden voldaan aan de rechtseis van de zonde: elke daad verricht in eigen kracht, moet beloond worden met de dood.

Ieder mens, die verlangt bevrijd te worden uit de gevangenis van zonde, mag bij Jezus Christus komen. Hij hoeft dan niet meer te jagen naar een eigen heiligheid, een eigen betrouwbaarheid en een eigen rechtvaardigheid. Hij mag zich verheugen in de heiligheid, de betrouwbaarheid en de rechtvaardigheid, die hem vanuit de Geest van Christus wordt geschonken. Uit pure genade; niemand hoeft er nog iets voor te doen. Iedereen die met een oprecht hart zoekt naar het leven dat de Zoon geeft, zal worden aangenomen.

Komt dus tot inkeer, opdat …

In Christus heeft God de erbarmelijke situatie, waarin de mens zichzelf had gemanoeuvreerd, opgeheven. Voor de mens betekent het een nieuwe start op een geheel ander niveau; het niveau van Christus. Voor God betekent het dat de schepping nu pas is afgerond. De Goddelijke mens is gemaakt en zit op de troon van Gods heerschappij. Nu is het nog wachten op het vol worden van het getal van hen, die hun geloof volkomen stellen op het volbrachte werk van Jezus Christus. Dat proces is gestart met de uitstorting van de Heilige Geest op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem en zal zijn afgerond, wanneer de laatste gelovige is ingegaan.