De historie van het Koninkrijk van God begint op de eerste bladzijde in de Bijbel. Het Koninkrijk is de reden waarom God alles geschapen heeft. Maar al in het begin lijkt alles mis te lopen. Dat is echter een, begrijpelijk en menselijk misverstand. Onze God doet wat Hij zegt en zegt wat Hij doet. Dat betekent dat Hij rekening heeft gehouden met de hobbels en strubbelingen waar de vorming van het Koninkrijk mee te maken zou krijgen. Ik zou het nog sterker kunnen uitdrukken: die strubbelingen zijn een onderdeel van het plan dat zich onhoudbaar en zonder aanpassingen of correcties naar het einde ontwikkelt.

Inleiding

Over het algemeen gelooft men wel dat God almachtig en soeverein is. Het is daarom de vraag waarom men God dan afschildert als een Ontwerper, die voortdurend alle zeilen moet bijzetten om te voorkomen dat Zijn plan ergens strandt of oponthoud ondervindt. En dan meent men ook nog, dat God zo teleurgesteld is over de tegenwerking die de uitvoering van Zijn plan tegenkomt, dat Hij zich voorneemt de schuldigen (de mens, dus) daarvoor te straffen. Voordat Jezus dan als Koning in het Koninkrijk mag ingaan, moet Hij eerst, plaatsvervangend, de woede en teleurstelling van God aan het kruis stillen.

Als we echter de Bijbel lezen met de ogen van Gods Geest zelf, dan zien we dat er van onvoorzien oponthoud helemaal geen sprake is; God is in geen enkel opzicht teleurgesteld of woedend op de mens, dus is er ook geen reden om dat alles af te wentelen op de Zoon. 

Die visie heeft tot consequentie dat alles dat, met name, in de hof gebeurt een totaal ander karakter draagt. De overtreding van Adam was niet alleen, vanuit de mens gezien, een bewuste actie, maar ook door God voorzien en zelfs gewild. De geschiedenis van het Koninkrijk ontvouwt zich volgens een nauwgezet plan, dat al van te voren door God is bedacht. De onderdelen van dat plan worden al in Genesis 1 t/m 3 zichtbaar, voor ogen die door de Geest geopend worden.

Sleutels

De Heilige Geest

Er zijn een aantal sleutels voor het ‘Geestelijk’ verstaan van het Bijbels getuigenis. Dat wil zeggen dat we de Heilige Geest nodig hebben als gids en uitlegger. De Bijbel is voor mij niet het woord van God; dat is Jezus Christus in wie het woord van God letterlijk gestalte heeft gekregen. Jezus is de doper in de Heilige Geest. En de Heilige Geest leert mij uiteindelijk het Woord (Jezus Christus) in volle glorie te zien. 

De Bijbel, verlicht door de Heilige Geest, ondersteunt de groei van de zoon van God in elke gelovige, die zich door de Geest van God laat onderwijzen. De Bijbel en de Geest werken samen, waarbij de Geest echter een leidende rol heeft. De Geest verlicht de Schrift en brengt inzicht tot stand, maar kan wel degelijk buiten de Bijbel om werken. Groeien in het kennen van Jezus Christus als het Woord van God, betekent dan ook, dat een gelovige die door de Geest van Christus geleid wordt, uiteindelijk zichtbaar deel uit gaat maken van de wolk (volk!) van getuigen, die gezamenlijk en in eenheid een stevig getuigenis van Christus in de wereld neerzetten.

Mijn persoonlijk motto is dan ook: De Geest leert mij niet te spreken als de Bijbel, bijvoorbeeld door studie of door haar uit het hoofd te leren, maar leert mij in de geest van de Bijbel te spreken, omdat dezelfde Geest, die het getuigenis van de Schrift al die eeuwen in anderen heeft geïnspireerd, ook in mij leeft en spreekt. Uiteraard is dat een kwestie van geloof. Geloof echter, dat wordt bekrachtigd door de liefde, die God de Vader in het hart van de Hem toebehorende mens uitstort.

God is liefde

Want dat is het volgende uitgangspunt: God is liefde. God heeft de mens geschapen uit liefde. En het is Gods liefde die de mens redt uit de neerwaartse spiraal van de vergankelijkheid. Het is de liefde Gods die Jezus Christus heeft gegeven om de mens uit die neerwaartse spiraal van de vergankelijkheid te begeleiden. Het gaat dan om twee aspecten. 

Ten eerste heeft Jezus Christus als rechtmatige Koning, door zijn dood aan het kruis, de deur open gezet van de kerker, waar we ons allemaal in bevonden; ten tweede leeft Jezus Christus op dit moment als Hogepriester, om de mensen die door Gods Geest worden uitgekozen deel uit te maken van Gods volk, op hun levensweg te begeleiden in het Koninkrijk van God. 

Een God van liefde legt geen wetten op, maar verlokt door zijn liefde om te wandelen in een volkomen sjalom (volkomen vrede en volkomen vrijheid). De gelovigen, zoals u en ik, die nog in het natuurlijke hun leven leiden, kennen die vrijheid nog niet ten volle, maar wat we al wel kunnen kennen is een voorschot van die volkomen vrede. Het is de Geest die de gelovige als een onderpand is gegeven. Daardoor kunnen we als het ware uit de verte, al ‘zien’ waar het op uitloopt.

Van nature is de mens geneigd, God te ervaren als een strenge, maar rechtvaardige, hoogste macht. Dat komt, omdat de aanklager de vrees voor God in het hart legt; de natuurlijke mens verwacht te worden afgerekend op z’n zonden. Jezus toont God de Vader echter als een liefhebbende Vader die de zonden van harte vergeeft, mits men maar de toevlucht neemt tot Degene die God als ware Adam heeft aangesteld. Ondanks dat God alles heeft gedaan om de mens te bevrijden uit het juk van de vergankelijkheid, is het nodig dat óók de mens iets ‘doet’. Dat leidt tot de derde sleutel.

Volkomen overgave

De derde sleutel is volkomen overgave. Overgave en geloven zijn twee kanten van dezelfde medaille. En wellicht is dat wel de lastigste voor ons mensen. We zijn namelijk in ons denken al zo gewend geraakt, aan het zorgen voor onszelf, dat we eerst willen zien en dan, misschien, geloven. We willen eerst zien wat God in de aanbieding heeft en daarna beslissen we pas of we het nodig hebben. En ik moet eerlijk zijn; het evangelie dat in onze tijd in algemeen wordt verkondigt, maakt het ook niet makkelijker. Het evangelie is verworden tot een supermarkt, waar iedereen wordt uitgenodigd om eerst te proeven van alles dat wordt aangeboden en daarna, het liefst geheel vrijblijvend, een keuze te maken. Of niet, natuurlijk, als er niets van ‘waarde’ wordt gevonden. 

Toch gebruikt God juist het aspect van de vergankelijkheid om de mens iets te leren. De les is dat de mens nooit in staat zal zijn in eigen kracht de vergankelijkheid te overwinnen. Ondanks de wijsheid, die hij opdoet bij het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, is de vergankelijkheid is als een verrottingsproces dat ook de mens meeneemt. Hij is, sinds dat hij at van de kennisboom, aan het dood gaan (stervende sterven). En dat uit zich in de aanwezigheid van een altijd aanwezig barrière, waar hij niet over kan. De vergankelijkheid is een grens, een belemmering. 

Maar nu is er Jezus Christus, die aantoont hoe een mens er uitziet, die de barrière van de vergankelijkheid heeft overwonnen. Een overwinning waar Hij de gelovige van harte in wil laten delen. En dus zullen velen, die zich die vergankelijkheid bewust worden, door de Geest van God een ervaring krijgen die iets wegheeft van heimwee; er ontstaat een onweerstaanbaar verlangen om naar huis te gaan. De Geest leidt dan zo’n verlangende mens naar Jezus Christus. En zo werken dat de Geest en Christus samen, als het gaat om de bekering van een mens tot de ultieme Redder uit de nood.

Dit proces is geheel in handen van God, de Zoon en de Geest, die als een (drie-eenheid) met elkaar samenwerken. Het punt is echter, dat het geheel onafhankelijk van het handelen van de mens functioneert. De mens voegt er niets aan toe, doet er niets aan af en is ook zelfs niet nodig voor de verkondiging. Als de Geest van God een hart ziet op in deze wereld, dat worstelt met een ‘gevoel’ van heimwee (dat de mens zelf wellicht niet eens kan benoemen), dan heeft Hij het al gezien en gaat Hij aan het werk. Het kan dan wel zijn, dat Hij dan ‘iemand’ gebruiken wil om die mens op het spoor te zetten. De Geest stelt herders, leraren en evangelisten aan op het moment, dat de Geest dat nodig acht. Dat heet Goddelijke efficiëntie en daar zijn geen opleidingen voor; het enige dat wat de mens kan ‘inbrengen’ is enkel de bereidheid zich ten dienste te stellen: „Spreek, Heer, uw knecht luistert“.